← Engels: Op Reis door de Taal
10.1 That die book boek on op the shelf de plank belongs to behoort tot my sister mijn zus
10.2 I think ik denk that dat we we should zouden moeten leave early vroeg vertrekken
10.3 That die car auto parked geparkeerd outside buiten is is very expensive heel duur
10.4 She told me ze vertelde me that dat the movie de film was was amazing geweldig
10.5 Could you pass me kun je me aangeven that die salt zout please alsjeblieft?
10.6 Everyone knows iedereen weet that dat practice oefening makes perfect maakt perfect
10.7 That dat was was the best concert het beste concert I've ever seen dat ik ooit heb gezien
10.8 The teacher said de leraar zei that dat the exam het examen would be zou zijn next week volgende week
10.9 Is is that dat your new phone je nieuwe telefoon on the table op de tafel?
10.10 I remember ik herinner me that dat summer die zomer very well heel goed
10.11 The scientists discovered de wetenschappers ontdekten that dat the planet de planeet had water water had
10.12 That die building gebouw over there daar is is the museum het museum
10.13 She was certain ze was zeker that dat he would come hij zou komen
10.14 Do you remember herinner je je that die restaurant restaurant we visited die we bezochten last year vorig jaar?
10.15 The news het nieuws reported meldde that dat the storm de storm was approaching naderde
✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾
10.1 That book on the shelf belongs to my sister. Dat boek op de plank behoort aan mijn zus.
10.2 I think that we should leave early. Ik denk dat we vroeg moeten vertrekken.
10.3 That car parked outside is very expensive. Die auto die buiten geparkeerd staat is heel duur.
10.4 She told me that the movie was amazing. Ze vertelde me dat de film geweldig was.
10.5 Could you pass me that salt please? Kun je me dat zout aangeven, alsjeblieft?
10.6 Everyone knows that practice makes perfect. Iedereen weet dat oefening baart kunst.
10.7 That was the best concert I've ever seen. Dat was het beste concert dat ik ooit heb gezien.
10.8 The teacher said that the exam would be next week. De leraar zei dat het examen volgende week zou zijn.
10.9 Is that your new phone on the table? Is dat je nieuwe telefoon op de tafel?
10.10 I remember that summer very well. Ik herinner me die zomer heel goed.
10.11 The scientists discovered that the planet had water. De wetenschappers ontdekten dat de planeet water had.
10.12 That building over there is the museum. Dat gebouw daar is het museum.
10.13 She was certain that he would come. Ze was er zeker van dat hij zou komen.
10.14 Do you remember that restaurant we visited last year? Herinner je je dat restaurant dat we vorig jaar bezochten?
10.15 The news reported that the storm was approaching. Het nieuws meldde dat de storm naderde.
✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾
10.1 That book on the shelf belongs to my sister.
10.2 I think that we should leave early.
10.3 That car parked outside is very expensive.
10.4 She told me that the movie was amazing.
10.5 Could you pass me that salt please?
10.6 Everyone knows that practice makes perfect.
10.7 That was the best concert I've ever seen.
10.8 The teacher said that the exam would be next week.
10.9 Is that your new phone on the table?
10.10 I remember that summer very well.
10.11 The scientists discovered that the planet had water.
10.12 That building over there is the museum.
10.13 She was certain that he would come.
10.14 Do you remember that restaurant we visited last year?
10.15 The news reported that the storm was approaching.
✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾
Voor Nederlandse sprekers is het belangrijk om de volgende aspecten van "that" te begrijpen: -
Dubbele functie van "that": -
Als aanwijzend voornaamwoord (die/dat) -
Als voegwoord (dat) -
"That" als aanwijzend voornaamwoord: -
Komt overeen met Nederlands "die" of "dat" -
Wordt gebruikt om naar specifieke dingen te verwijzen -
Verschilt van "this" (dit/deze) in afstand -
Geen geslachtsonderscheid zoals in het Nederlands -
"That" als voegwoord: -
Verbindt hoofdzin met bijzin -
Komt overeen met Nederlands "dat" -
Kan soms worden weggelaten in het Engels -
Wordt vaak gebruikt na werkwoorden van zeggen en denken -
Belangrijke verschillen met Nederlands: -
Geen onderscheid tussen "die" en "dat" -
Geen verbuiging nodig -
Flexibeler in weglating -
Veelvoorkomende structuren: -
"Now that..." (nu dat...) -
"So that..." (zodat...) -
"The book that..." (het boek dat...)
✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾
Het gebruik van "that" weerspiegelt belangrijke culturele verschillen tussen Nederlandse en Engelse taalgebruikers: -
Formeel vs. Informeel: -
Nederlands maakt meer onderscheid in formaliteit -
Engels gebruikt "that" universeler -
Minder sociaal-hiërarchische markering in het Engels -
Directheid in communicatie: -
Nederlands is vaak directer -
Engels gebruikt "that" vaak als verzachtende factor -
"That" kan afstand creëren in formele situaties -
Culturele contexten: -
In zakelijke communicatie -
In academisch schrijven -
In dagelijks gebruik
✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾
That dat is is not niet dead dood which wat can kan eternal eeuwig lie liggen - H.P. Lovecraft
"That is not dead which can eternal lie" "Dat is niet dood wat eeuwig kan liggen"
Lovecraft's gebruik van "that" creëert hier een onpersoonlijke, mysterieuze toon. Het demonstratief gebruik versterkt het bovennatuurlijke element van de tekst.
-
"That" functioneert hier als onderwerp -
Gevolgd door relatieve bijzin met "which" -
Archaïsch taalgebruik voor poëtisch effect
✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾
10.16 The detective de detective noticed merkte op that dat footprint die voetafdruk in in the garden de tuin
10.17 That die mysterious letter mysterieuze brief arrived kwam aan yesterday morning gistermorgen
10.18 She realized ze realiseerde zich that dat the clock de klok had stopped was gestopt at midnight om middernacht
10.19 Inspector Brown Inspecteur Brown concluded concludeerde that dat the window het raam was broken was gebroken from inside van binnenuit
10.20 That die old mansion oude villa on the hill op de heuvel held many secrets bevatte vele geheimen
10.21 The witness claimed de getuige beweerde that dat she heard ze hoorde strange noises vreemde geluiden that die night nacht
10.22 Could zou that dat be zijn the missing key de vermiste sleutel under onder the carpet het tapijt?
10.23 The butler remembered de butler herinnerde zich that dat the lights de lichten flickered flikkerden before voor the scream de schreeuw
10.24 That die painting schilderij on aan the wall de muur seemed leek different anders somehow op een of andere manier
10.25 They discovered ze ontdekten that dat the safe de kluis had been empty leeg was geweest for years jarenlang
10.26 Was was that dat shadow schaduw moving bewegend behind achter the curtain het gordijn?
10.27 The chief inspector declared de hoofdinspecteur verklaarde that dat all evidence al het bewijs pointed to wees naar one person één persoon
10.28 That die peculiar smell vreemde geur led them leidde hen to naar the basement de kelder
10.29 Everyone agreed iedereen was het erover eens that dat the atmosphere de sfeer felt voelde unusually tense ongewoon gespannen
10.30 That dat was was the moment het moment when waarop they solved ze oplosten the mystery het mysterie
✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾
10.16 The detective noticed that footprint in the garden. De detective merkte die voetafdruk in de tuin op.
10.17 That mysterious letter arrived yesterday morning. Die mysterieuze brief kwam gistermorgen aan.
10.18 She realized that the clock had stopped at midnight. Ze realiseerde zich dat de klok om middernacht was gestopt.
10.19 Inspector Brown concluded that the window was broken from inside. Inspecteur Brown concludeerde dat het raam van binnenuit was gebroken.
10.20 That old mansion on the hill held many secrets. Die oude villa op de heuvel bevatte vele geheimen.
10.21 The witness claimed that she heard strange noises that night. De getuige beweerde dat ze die nacht vreemde geluiden hoorde.
10.22 Could that be the missing key under the carpet? Zou dat de vermiste sleutel onder het tapijt kunnen zijn?
10.23 The butler remembered that the lights flickered before the scream. De butler herinnerde zich dat de lichten flikkerden voor de schreeuw.
10.24 That painting on the wall seemed different somehow. Dat schilderij aan de muur leek op een of andere manier anders.
10.25 They discovered that the safe had been empty for years. Ze ontdekten dat de kluis jarenlang leeg was geweest.
10.26 Was that shadow moving behind the curtain? Bewoog die schaduw achter het gordijn?
10.27 The chief inspector declared that all evidence pointed to one person. De hoofdinspecteur verklaarde dat al het bewijs naar één persoon wees.
10.28 That peculiar smell led them to the basement. Die vreemde geur leidde hen naar de kelder
10.29 Everyone agreed that the atmosphere felt unusually tense. Iedereen was het erover eens dat de sfeer ongewoon gespannen aanvoelde.
10.30 That was the moment when they solved the mystery. Dat was het moment waarop ze het mysterie oplosten.
✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾
10.16 The detective noticed that footprint in the garden.
10.17 That mysterious letter arrived yesterday morning.
10.18 She realized that the clock had stopped at midnight.
10.19 Inspector Brown concluded that the window was broken from inside.
10.20 That old mansion on the hill held many secrets.
10.21 The witness claimed that she heard strange noises that night.
10.22 Could that be the missing key under the carpet?
10.23 The butler remembered that the lights flickered before the scream.
10.24 That painting on the wall seemed different somehow.
10.25 They discovered that the safe had been empty for years.
10.26 Was that shadow moving behind the curtain?
10.27 The chief inspector declared that all evidence pointed to one person.
10.28 That peculiar smell led them to the basement.
10.29 Everyone agreed that the atmosphere felt unusually tense.
10.30 That was the moment when they solved the mystery.
✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾
Voor Nederlandse sprekers is het belangrijk om te begrijpen hoe "that" specifiek wordt gebruikt in het mysterie-genre: -
Gebruik in beschrijvende scenes: -
"That" voor het aanwijzen van belangrijke aanwijzingen -
Verschil tussen "this" (dichtbij) en "that" (verder weg) in plaats en tijd -
Gebruik van "that" om spanning op te bouwen -
In dialogen en gedachten: -
"That" in uitroepen van ontdekking -
Gebruik in retorische vragen -
Als onderdeel van deductieve redeneringen -
Bij het beschrijven van bewijsmateriaal: -
"That footprint" vs. "the footprint" -
Gebruik van "that" om specifieke elementen te benadrukken -
Combinatie met bijzinnen voor extra details -
In de chronologie van gebeurtenissen: -
"That night" vs. "the night" -
Tijdsaanduidingen met "that" -
Gebruik in flashbacks en herinneringen -
Typische mysteriegenre constructies: -
"Could that be...?" voor speculatie -
"That was when..." voor cruciale momenten -
"That must mean..." voor conclusies
✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾
---