Universitas Scholarium — A Community of Scholars Log In

← Engels: Op Reis door de Taal

Lesson 43

when
43 of 44 lessons

Lesson 43 English for Dutch Speakers: A Latinum Institute Language Course

when - wanneer

Inleiding

"When" is een van de meest gebruikte woorden van het Engels. Het heeft twee hoofdtaken. Het is een vraagwoord: "When does the shop open?" (Wanneer gaat de winkel open?). En het verbindt twee zinnen in de tijd: "When it rains, we take the tram." (Als het regent, nemen we de tram.)

Voor Nederlandstaligen zit de moeilijkheid niet in de vraag, want daar is "when" gewoon "wanneer". De moeilijkheid zit in de bijzin. Het Nederlands kiest daar tussen drie woorden. Het Engels heeft er maar één:

- toen = één gebeurtenis in het verleden: "When I was a child…" – Toen ik een kind was… - als = heden, toekomst of iets wat steeds terugkomt: "when it rains" – als het regent - wanneer = de vraag, de indirecte vraag, en (iets formeler) hetzelfde als "als"

In het Engels is het altijd "when". Omgekeerd moet je opletten: het Nederlandse "als" is in het Engels soms "when" en soms "if". Over "if" gaat de volgende les.

Herkomst: "when" komt van het Oudengelse hwænne. Het is verwant aan het Nederlandse "wanneer" en "wen" (een oud woord voor "wanneer", dat in de literaire citaten van deze les terugkomt) en aan het Duitse "wann" en "wenn". Net als "who", "what" en "where" begon het vroeger met hw-. Daarom schrijven we nu nog wh-.

Wat betekent "when" in het Nederlands? In een vraag: wanneer. In een bijzin: toen (één keer in het verleden) of als/wanneer (heden, toekomst, gewoonte). Na een woord als "the day": waarop of dat ("the day when we met" – de dag waarop we elkaar ontmoetten).

Kernpunten:

- When? = Wanneer? De vraag krijgt "do/does/did": "When does it start?", niet "When starts it?" - Na "when" in een vraag over het verleden: past simple, niet present perfect. "When did you arrive?", niet "When have you arrived?", hoewel het Nederlands "Wanneer ben je aangekomen?" zegt. - In een tijdsbijzin over de toekomst staat geen "will": "Call me when you are home", niet "when you will be home". - Eén woord voor drie Nederlandse woorden: "when" = toen, als, wanneer. - Na "the day", "the moment", "the year" kan "when" een betrekkelijk voornaamwoord zijn: de dag waarop…

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Uitspraakgids

when — /wɛn/. Eén lettergreep, rijmt op "then" /ðɛn/ en "ten" /tɛn/.

De Engelse w is niet de Nederlandse w. De Nederlandse w is [ʋ]: de onderlip raakt licht de boventanden. De Engelse w is [w]: de lippen worden rond gemaakt, als voor een korte "oe", en de tanden raken de lip niet. Zeg eerst "oe-en" heel snel achter elkaar: dat komt in de buurt van "when".

Pas op voor het Nederlandse woord "wen" (ik wen eraan). Dat klinkt als [ʋɛn], met de Nederlandse w. Een Engelstalige hoort daarin bijna "ven".

De h in "wh-" wordt in het standaard-Brits en in het meeste Amerikaans niet uitgesproken: "when" en "wen" (een woord dat in het Engels ook bestaat, "een bult op de huid") klinken hetzelfde. In Schotland, Ierland en delen van de Verenigde Staten hoor je wel een stemloze w met wat lucht: [ʍɛn].

De klinker /ɛ/ is kort, zoals in het Nederlandse "pen" of "bed". Geen lange "ee".

"When" krijgt in een vraag meestal de klemtoon: "WHEN does it open?" In een bijzin is het onbeklemtoond, maar de klinker blijft /ɛ/: "Call me when you're home" /ˈkɔːl mi wɛn jɔː ˈhəʊm/ (Brits).

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Deel A (Gedetailleerde Nederlands-Engelse Interlineaire Tekst)

43.1 When wanneer do [vraag] we we leave vertrekken?

43.2 When wanneer is is the het party feest?

43.3 When wanneer does [vraag] the de shop winkel open gaat open?

43.4 When wanneer is ben your jij birthday jarig?

43.5 When wanneer do [vraag] you je start begin your je new nieuwe job baan?

43.6 When wanneer did [verleden tijd] you je arrive aangekomen?

43.7 I ik don't weet niet know [–] when wanneer the de train trein leaves vertrekt

43.8 Do [vraag] you jij know weet when wanneer the de meeting vergadering starts begint?

43.9 When toen I ik was was a een child kind, I ik lived woonde in in Groningen Groningen

43.10 When als it het rains regent, we we take nemen the de tram tram

43.11 Send stuur me me a een message berichtje when als you je are bent home thuis

43.12 We we will gaan eat eten when als Dad papa comes komt home thuis

43.13 I ik remember herinner me the de day dag when waarop we we moved verhuisden to naar Leiden Leiden

43.14 She ze was was reading aan het lezen the de newspaper krant when toen the de phone telefoon rang ging

43.15 Nobody niemand could kon tell zeggen us ons exactly precies when wanneer the de bridge brug would zou open open gaan again weer

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Deel B (Volledige Engelse Zinnen met Nederlandse Vertaling)

43.1 When do we leave? Wanneer vertrekken we?

43.2 When is the party? Wanneer is het feest?

43.3 When does the shop open? Wanneer gaat de winkel open?

43.4 When is your birthday? Wanneer ben jij jarig?

43.5 When do you start your new job? Wanneer begin je aan je nieuwe baan?

43.6 When did you arrive? Wanneer ben je aangekomen?

43.7 I don't know when the train leaves. Ik weet niet wanneer de trein vertrekt.

43.8 Do you know when the meeting starts? Weet jij wanneer de vergadering begint?

43.9 When I was a child, I lived in Groningen. Toen ik een kind was, woonde ik in Groningen.

43.10 When it rains, we take the tram. Als het regent, nemen we de tram.

43.11 Send me a message when you are home. Stuur me een berichtje als je thuis bent.

43.12 We will eat when Dad comes home. We gaan eten als papa thuiskomt.

43.13 I remember the day when we moved to Leiden. Ik herinner me de dag waarop we naar Leiden verhuisden.

43.14 She was reading the newspaper when the phone rang. Ze was de krant aan het lezen toen de telefoon ging.

43.15 Nobody could tell us exactly when the bridge would open again. Niemand kon ons precies zeggen wanneer de brug weer open zou gaan.

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Deel C (Alleen Engelse Tekst)

43.1 When do we leave?

43.2 When is the party?

43.3 When does the shop open?

43.4 When is your birthday?

43.5 When do you start your new job?

43.6 When did you arrive?

43.7 I don't know when the train leaves.

43.8 Do you know when the meeting starts?

43.9 When I was a child, I lived in Groningen.

43.10 When it rains, we take the tram.

43.11 Send me a message when you are home.

43.12 We will eat when Dad comes home.

43.13 I remember the day when we moved to Leiden.

43.14 She was reading the newspaper when the phone rang.

43.15 Nobody could tell us exactly when the bridge would open again.

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Deel D (Grammaticale Uitleg)

Dit zijn de regels voor "when" in het Engels:

1. De vraag. "When" staat vooraan en wordt gevolgd door een hulpwerkwoord: do, does, did, is, are, was, can, will… "When does the shop open?" (43.3), "When is the party?" (43.2). Het Nederlands zet het hele werkwoord vooraan (Wanneer gaat de winkel open?); het Engels kan dat alleen met "be" en de hulpwerkwoorden. "When opens the shop?" is fout.

2. Verleden tijd in de vraag. Vraag je met "when" naar een moment in het verleden, dan gebruik je de past simple: "When did you arrive?" (43.6). Het Nederlands gebruikt hier gewoonlijk de voltooide tijd: Wanneer ben je aangekomen? Het Engels niet. "When have you arrived?" is fout, want "when" vraagt naar een afgesloten moment, en de present perfect kan in het Engels niet samengaan met een afgesloten moment.

3. De indirecte vraag. Na "I don't know", "Do you know", "Can you tell me" volgt de gewone woordvolgorde, zonder do/does: "I don't know when the train leaves" (43.7), "Do you know when the meeting starts?" (43.8). Niet: "I don't know when does the train leave." In het Nederlands gaat het werkwoord naar het eind (wanneer de trein vertrekt); in het Engels blijft het direct na het onderwerp.

4. "When" als toen. Eén gebeurtenis of periode in het verleden: "When I was a child…" (43.9), "…when the phone rang" (43.14). Het Nederlands zegt toen. Het Engels heeft geen apart woord.

5. "When" als als. Heden, gewoonte, toekomst: "When it rains, we take the tram" (43.10), "We will eat when Dad comes home" (43.12). Het Nederlands zegt als (of, iets formeler, wanneer).

6. Geen "will" in de tijdsbijzin. Over de toekomst staat in de bijzin met "when" de present simple, ook als de hoofdzin "will" heeft: "We will eat when Dad comes home" (43.12), "Send me a message when you are home" (43.11). Niet: "when Dad will come home". Het Nederlands doet hetzelfde (als papa thuiskomt), dus volg hier je gevoel. Let op: in een indirecte vraag mag "will" wel: "I don't know when he will come" = Ik weet niet wanneer hij komt.

7. "When" na een tijdswoord. "The day when we moved" (43.13) = de dag waarop we verhuisden. "When" mag hier ook wegvallen: "the day we moved". Het Nederlands kan zeggen: de dag waarop… of de dag dat…

8. Past continuous + when + past simple. "She was reading the newspaper when the phone rang" (43.14): de lange handeling (was reading = was aan het lezen) wordt onderbroken door de korte (rang = ging). Dit patroon is in het Engels heel gewoon.

9. Volgorde en komma. Staat de bijzin met "when" vooraan, dan volgt een komma: "When it rains, we take the tram." Staat hij achteraan, dan geen komma: "We take the tram when it rains." In het Nederlands volgt na de vooropgeplaatste bijzin bovendien inversie (nemen we); het Engels houdt de gewone volgorde (we take).

10. "Would" in de verleden-toekomst. "Nobody could tell us when the bridge would open again" (43.15): de toekomst vanuit het verleden gezien. Nederlands: wanneer de brug weer open zou gaan.

Het teken [vraag] in Deel A geeft het Engelse hulpwerkwoord "do/does" aan, dat in het Nederlands geen eigen woord heeft; [verleden tijd] geeft "did" aan. [–] betekent: geen eigen Nederlands woord.

Veelgemaakte fouten:

- "When have you arrived?" Juist: When did you arrive? - "When starts the film?" Juist: When does the film start? - "I don't know when does the train leave." Juist: I don't know when the train leaves. - "Call me when you will be home." Juist: Call me when you are home. - "When it rains, take we the tram." Juist: When it rains, we take the tram. - "If I was a child, I lived in Groningen." (de Nederlandse "als"-reflex) Juist: When I was a child… - "When you see him, say hello" en "If you see him, say hello" betekenen niet hetzelfde: "when" = ik weet dat je hem ziet; "if" = misschien zie je hem. Het Nederlandse "als" dekt allebei.

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Deel E (Culturele Notitie)

"When" hoort bij de kleine groep vraagwoorden die het Engels met wh- schrijft: who, what, where, when, why, which. Journalisten leren de "five W's" (who, what, where, when, why), de vijf vragen die een goed nieuwsbericht moet beantwoorden. In het Nederlands spreekt men van de "vijf W's" (wie, wat, waar, wanneer, waarom), vaak aangevuld met "hoe".

Verjaardagen. Het Nederlands zegt: Wanneer ben je jarig? Het Engels heeft geen werkwoord voor "jarig zijn" en zegt: "When is your birthday?" (43.4). Op de dag zelf: "It's my birthday today" = Ik ben vandaag jarig.

Afspraken. Het Engels gebruikt bij het plannen vaak "What time…?" in plaats van "When…?" als het om een klokuur gaat: "What time does the meeting start?" – "At ten." "When…?" kan ook om een dag of een periode vragen: "When are you going on holiday?" – "In July."

Uitdrukkingen met "when":

- Say when! — Zeg maar stop! (bij het inschenken) - Since when? — Sinds wanneer? (vaak verbaasd of geïrriteerd: "Since when do you drink coffee?") - when it comes to… — als het gaat om… - When in Rome, do as the Romans do. — 's Lands wijs, 's lands eer.

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Deel F (Literair Citaat)

William Shakespeare, Macbeth, bedrijf I, scène 1, regels 1–2 (de eerste woorden van de eerste heks). Engelse tekst in moderne spelling. Nederlandse vertalingen: K.R. Pekelharing (1877) en Jurriaan Moulin (1835), zoals geciteerd door A.C. Loffelt in "De laatste vertaling van Shakespeare's Macbeth", De Gids, jaargang 42 (1878), DBNL.

Deel F-A (Gedetailleerde Interlineaire Tekst)

"When wanneer shall zullen we wij three drie meet ontmoeten [elkaar] again weer / In in thunder donder, lightning bliksem, or of in in rain regen?" - William Shakespeare, Macbeth

Deel F-B (Volledige Vertaling)

"When shall we three meet again / In thunder, lightning, or in rain?"

Pekelharing (1877): "Wanneer zien w' elkaer nu weer / Bij storm en regen? Of nog eer?"

Moulin (1835): "Wen komen wij elkaâr weer tegen / In donder, bliksem of in regen?"

Deel F-C (Literaire Analyse)

Macbeth begint met een vraag, en die vraag begint met "when". Drie heksen staan op een verlaten plek, onder donder en bliksem, en willen weten wanneer ze elkaar weer zullen zien. Het antwoord van de tweede heks is ook een tijdsbepaling met "when": "When the hurlyburly's done, / When the battle's lost and won." Zo zet Shakespeare in de eerste regels de toon: het stuk gaat over tijd, over wat komen gaat, over voorspellingen.

De twee Nederlandse vertalingen laten zien hoe moeilijk zelfs een eenvoudig vraagwoord kan zijn. Moulin gebruikt het oude "wen", een kort en plechtig woord voor "wanneer", en houdt de donder, de bliksem en de regen. Pekelharing schrijft "wanneer", maar voegt "nu" toe. Loffelt vond dat in 1878 een zwakke keuze: met dat alledaagse "nu" klinken de heksen volgens hem als jongedames die van een theevisite naar huis gaan, niet als bovennatuurlijke wezens.

Deel F-D (Grammaticale Aantekeningen)

- "When shall we…?" Het vraagwoord staat vooraan, daarna het hulpwerkwoord (shall), daarna het onderwerp (we): dezelfde volgorde als "When do we leave?" (43.1). - "shall" is hier het oudere hulpwerkwoord van de toekomst bij "I" en "we". In modern Engels zeg je meestal: "When will we meet again?" of "When are we meeting again?" - "meet again" = elkaar weer ontmoeten, weer bijeenkomen. Het Engelse "meet" heeft geen "elkaar" nodig: "we meet" = we ontmoeten elkaar. - "we three" = wij drieën. Het Nederlands heeft de vorm "drieën"; het Engels zet het telwoord gewoon na het voornaamwoord. - "wen" (Moulin) is een verouderd Nederlands woord voor "wanneer", verwant aan het Engelse "when". "elkaer" (Pekelharing) is een oude spelling van "elkaar".

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Genre Deel: Dialoog — Bij het informatiepunt in Edinburgh

Deel A (Gedetailleerde Nederlands-Engelse Interlineaire Tekst)

43.16 Daan: Excuse pardon me [–], when wanneer does [vraag] the het castle kasteel open gaat open?

43.17 Medewerker: It het opens gaat open at om half half past [–] nine tien

43.18 Daan: And en when wanneer does [vraag] it het close gaat dicht?

43.19 Medewerker: At om six zes in in summer de zomer, and en at om five vijf when als the de days dagen get worden shorter korter

43.20 Daan: When wanneer is is it het less minder busy druk?

43.21 Medewerker: Early vroeg in in the de morning ochtend, when als the de tour touringcars buses [–] haven't zijn niet arrived aangekomen yet nog

43.22 Daan: When toen I ik was was here hier ten tien years jaar ago geleden, it het was was free gratis

43.23 Medewerker: And en when wanneer did [verleden tijd] you u arrive aangekomen this deze time keer?

43.24 Daan: Yesterday gisteravond evening [–], when toen it het was was already al dark donker

43.25 Medewerker: Do [vraag] you u know weet when wanneer your uw train trein leaves vertrekt on [–] Sunday zondag?

43.26 Daan: Not nog yet niet. I'll ik check kijk het na when als I'm ik ben back weer at in the het hotel hotel

43.27 Medewerker: Take neem an een umbrella paraplu when als you u go opgaat up [–] the de hill heuvel

43.28 Daan: Does [vraag] it het really echt rain regenen here hier when als the de sun zon is schijnt shining [–]?

43.29 Medewerker: Here hier it het rains regent when wanneer you je least het minst expect verwacht it het

43.30 Daan: Then dan I'll ik come kom back terug when als I've ik heb bought gekocht one er een

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Deel B (Volledige Engelse Zinnen met Nederlandse Vertaling)

43.16 Daan: Excuse me, when does the castle open? Daan: Pardon, wanneer gaat het kasteel open?

43.17 Medewerker: It opens at half past nine. Medewerker: Het gaat om half tien open.

43.18 Daan: And when does it close? Daan: En wanneer gaat het dicht?

43.19 Medewerker: At six in summer, and at five when the days get shorter. Medewerker: Om zes uur in de zomer, en om vijf uur als de dagen korter worden.

43.20 Daan: When is it less busy? Daan: Wanneer is het minder druk?

43.21 Medewerker: Early in the morning, when the tour buses haven't arrived yet. Medewerker: 's Ochtends vroeg, als de touringcars nog niet zijn aangekomen.

43.22 Daan: When I was here ten years ago, it was free. Daan: Toen ik hier tien jaar geleden was, was het gratis.

43.23 Medewerker: And when did you arrive this time? Medewerker: En wanneer bent u deze keer aangekomen?

43.24 Daan: Yesterday evening, when it was already dark. Daan: Gisteravond, toen het al donker was.

43.25 Medewerker: Do you know when your train leaves on Sunday? Medewerker: Weet u wanneer uw trein zondag vertrekt?

43.26 Daan: Not yet. I'll check when I'm back at the hotel. Daan: Nog niet. Ik kijk het na als ik weer in het hotel ben.

43.27 Medewerker: Take an umbrella when you go up the hill. Medewerker: Neem een paraplu mee als u de heuvel opgaat.

43.28 Daan: Does it really rain here when the sun is shining? Daan: Regent het hier echt als de zon schijnt?

43.29 Medewerker: Here it rains when you least expect it. Medewerker: Hier regent het wanneer je het het minst verwacht.

43.30 Daan: Then I'll come back when I've bought one. Daan: Dan kom ik terug als ik er een gekocht heb.

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Deel C (Alleen Engelse Tekst)

43.16 Daan: Excuse me, when does the castle open?

43.17 Medewerker: It opens at half past nine.

43.18 Daan: And when does it close?

43.19 Medewerker: At six in summer, and at five when the days get shorter.

43.20 Daan: When is it less busy?

43.21 Medewerker: Early in the morning, when the tour buses haven't arrived yet.

43.22 Daan: When I was here ten years ago, it was free.

43.23 Medewerker: And when did you arrive this time?

43.24 Daan: Yesterday evening, when it was already dark.

43.25 Medewerker: Do you know when your train leaves on Sunday?

43.26 Daan: Not yet. I'll check when I'm back at the hotel.

43.27 Medewerker: Take an umbrella when you go up the hill.

43.28 Daan: Does it really rain here when the sun is shining?

43.29 Medewerker: Here it rains when you least expect it.

43.30 Daan: Then I'll come back when I've bought one.

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Deel D (Grammaticale Uitleg bij de Dialoog)

De dialoog laat bijna alle gebruiken van "when" zien:

- Directe vraag: "When does the castle open?" (43.16), "When does it close?" (43.18), "When is it less busy?" (43.20). - Vraag naar het verleden met past simple: "When did you arrive this time?" (43.23). De medewerker zegt in het Nederlands "bent u aangekomen"; in het Engels kan alleen "did you arrive". - Indirecte vraag zonder do/does: "Do you know when your train leaves?" (43.25), niet "when does your train leave". - "When" = toen: "When I was here ten years ago" (43.22), "when it was already dark" (43.24). - "When" = als: "when the days get shorter" (43.19), "when you go up the hill" (43.27), "when the sun is shining" (43.28). - Toekomst zonder "will" in de bijzin: "I'll check when I'm back" (43.26), "I'll come back when I've bought one" (43.30). In 43.30 staat zelfs de present perfect (I've bought): eerst kopen, dan terugkomen. Nooit "when I will have bought". - Present perfect in een "when"-bijzin is dus wel mogelijk, maar niet in een "when"-vraag over het verleden (vergelijk 43.23).

U en jij. De medewerker zegt "u" tegen Daan (43.23, 43.25, 43.27); het Engels heeft alleen "you" (zie les 41). In 43.29 wordt "you" algemeen gebruikt: "when you least expect it" = wanneer je het het minst verwacht. Het Nederlands gebruikt daar "je", ook in een gesprek waarin men elkaar met "u" aanspreekt.

Klokkijken. "Half past nine" (43.17) is 9.30, in het Nederlands "half tien". Het Engels telt vanaf het vorige uur (half na negen), het Nederlands naar het volgende uur (half voor tien). In Brits spreektaal hoor je ook "half nine": dat is óók 9.30, niet 8.30. Dit is een van de bekendste valkuilen voor Nederlandstaligen.

"Excuse me" (43.16) is de beleefde manier om een onbekende aan te spreken = pardon, neemt u me niet kwalijk. "Sorry" is meer een verontschuldiging achteraf.

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Uitspraak- en Spellingnotities

- "when" /wɛn/: ronde lippen voor de w, korte /ɛ/ als in "pen". Niet [ʋɛn] zoals het Nederlandse "wen". - In Edinburgh, waar de dialoog speelt, hoor je vaak [ʍɛn], met een hoorbare h: dat is de Schotse uitspraak van "wh-". - "when" en "then" rijmen: /wɛn/, /ðɛn/. Oefen: "Then I'll come back when I've bought one" (43.30). - Spelling: altijd w-h-e-n. In het Oudengels stond de h vóór de w (hwænne); nu schrijft men wh-. Niet "wen", niet "whan". - Hoofdletter alleen aan het begin van de zin: "When is the party?" maar "Call me when you're home." - Komma alleen als de "when"-bijzin vooraan staat: "When it rains, we take the tram." - "when" is één woord; "whenever" (wanneer ook maar, telkens als) ook: "Come whenever you like" = Kom wanneer je maar wilt.

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

---

Course Index: [latinum.substack.com/p/index](https://latinum.substack.com/p/index)

← Lesson 42 ↩ Course Index Lesson 44 →