Universitas Scholarium — A Community of Scholars Log In

← Engels: Op Reis door de Taal

Lesson 45

time
45 of 45 lessons

Lesson 45 English for Dutch Speakers: A Latinum Institute Language Course

time - tijd

Inleiding

"Time" is het Engelse woord voor "tijd", en het is een van de meest gebruikte zelfstandige naamwoorden van de taal. Het heeft meer taken dan het Nederlandse "tijd". Waar het Nederlands drie verschillende woorden gebruikt, zegt het Engels steeds "time":

- tijd = de duur, de tijd die voorbijgaat of die je hebt: "Time flies." – De tijd vliegt. "I don't have time." – Ik heb geen tijd. - keer = een gelegenheid, een herhaling: "this time" – deze keer; "three times" – drie keer. - hoe laat = het uur van de dag: "What time is it?" – Hoe laat is het?

Voor Nederlandstaligen zit de moeilijkheid in het tweede en derde gebruik. Voor "keer" en "hoe laat" lijkt "time" geen goede vertaling, en toch is het de enige. Een Nederlander die "Hoe laat is het?" woord voor woord vertaalt, zegt "How late is it?" en wordt niet begrepen. Daarnaast is "time" in de betekenis "tijd" een ontelbaar woord (geen "a time", geen meervoud), maar in de betekenis "keer" is het telbaar ("two times"). Dat verschil bepaalt veel van de regels in Deel D.

Herkomst: "time" komt van het Oudengelse tīma, en dat gaat terug op het Oergermaanse *tīmô, van een wortel die "verdelen" betekent. Het is verwant aan het Engelse "tide", Oudengels tīd, en dat woord is weer verwant aan het Nederlandse "tijd" en "getij". In "Eastertide" (de paastijd) betekent "tide" nog steeds "tijd". "Time" is niet verwant aan het Latijnse tempus, waaruit "temporary" en "tempo" komen. Het Engels heeft dus twee verwante woorden, "time" en "tide", waar het Nederlands "tijd" en "getij" heeft.

Wat betekent "time" in het Nederlands? Als duur: tijd. Als gelegenheid: keer of maal. Als klokuur: hoe laat (in de vraag) of tijdstip. In vaste combinaties: "on time" = op tijd (op het afgesproken uur); "in time" = op tijd (nog net, vóór iets begint); "at the time" = destijds, op dat moment; "have a good time" = het naar je zin hebben, plezier hebben.

Kernpunten:

- Time = tijd, en dan ontelbaar: "I have time", "a lot of time", niet "a time" en niet "many times" voor een duur. - Time = keer, en dan telbaar: "this time", "the first time", "three times". Voor één en twee keer zeg je "once" en "twice". - Het uur van de dag vraag je met "What time…?", nooit met "How late…?": "What time is it?" - "On time" en "in time" zijn allebei "op tijd" in het Nederlands, maar in het Engels zijn het twee verschillende dingen. - Voor een tijd die nog doorloopt zegt het Engels "I've been waiting for…", niet "I wait for…": "Ik wacht al een uur" is "I've been waiting for an hour".

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Uitspraakgids

time — /taɪm/. Eén lettergreep, rijmt op "dime" /daɪm/, "rhyme" /raɪm/ en "climb" /klaɪm/ (de b in "climb" is stil).

De klinker is een tweeklank, /aɪ/, en die verschilt van de Nederlandse "ij". Het Nederlandse "tijd" is [tɛit]: de tweeklank begint bij een e-achtige klank. In "time" begint hij met een open a-klank, zoals in het Nederlandse "bal" maar langer, en glijdt dan naar een korte i. Zeg niet [tɛim]: dat is het Nederlandse "tijm" (de plant thyme), en een Engelsman hoort dan een andere klinker.

De t aan het begin is in het Engels aangeblazen: [tʰaɪm]. Er komt een kleine stoot lucht uit. Houd een stukje papier voor je mond: bij "time" moet het bewegen. De Nederlandse t is niet aangeblazen.

De m aan het eind is een gewone, gesloten /m/. Sluit je lippen en houd ze dicht. Voeg geen klinker toe: niet "taimə".

Grappig genoeg klinkt "time" precies als "thyme" (tijm): beide zijn /taɪm/.

Meervoud: "times" /taɪmz/. "Timing" /ˈtaɪmɪŋ/. In deze zinnen krijgt "time" de klemtoon: "What TIME is it?" /wɒt ˈtaɪm ɪz ɪt/ (Brits), "I don't have TIME" /aɪ ˈdəʊnt həv ˈtaɪm/.

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Deel A (Gedetailleerde Nederlands-Engelse Interlineaire Tekst)

45.1 Time tijd flies vliegt

45.2 What hoe time laat is is it het?

45.3 Not niet this deze time keer

45.4 Do [vraag] you je have heb time tijd?

45.5 Time de tijd will zal tell het leren

45.6 It's het is time tijd to om go gaan home naar huis

45.7 The de train trein arrived kwam aan on op time tijd

45.8 We we had hadden a een good leuke time tijd at op the het party feest

45.9 How hoeveel much [–] time tijd do [vraag] you je need hebt-nodig?

45.10 I've ik been [–] waiting wacht for al a een long hele time tijd

45.11 The de last laatste time keer I ik saw zag him hem, he hij was was ill ziek

45.12 Time tijd is is the het one enige thing ding we we cannot kunnen-niet get krijgen back terug

45.13 We we will [toekomst] be zijn in op time tijd for voor the de film film if als we we leave vertrekken now nu

45.14 It het takes kost time tijd to om learn te-leren a een language taal, but maar every elke time keer you je practise oefent, it het gets wordt easier makkelijker

45.15 At op the dat time moment, nobody niemand knew wist how hoeveel much [–] time tijd we we had hadden left over

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Deel B (Volledige Engelse Zinnen met Nederlandse Vertaling)

45.1 Time flies. De tijd vliegt.

45.2 What time is it? Hoe laat is het?

45.3 Not this time. Niet deze keer.

45.4 Do you have time? Heb je tijd?

45.5 Time will tell. De tijd zal het leren.

45.6 It's time to go home. Het is tijd om naar huis te gaan.

45.7 The train arrived on time. De trein kwam op tijd aan.

45.8 We had a good time at the party. We hadden een leuke tijd op het feest.

45.9 How much time do you need? Hoeveel tijd heb je nodig?

45.10 I've been waiting for a long time. Ik wacht al een hele tijd.

45.11 The last time I saw him, he was ill. De laatste keer dat ik hem zag, was hij ziek.

45.12 Time is the one thing we cannot get back. Tijd is het enige wat we niet terug kunnen krijgen.

45.13 We will be in time for the film if we leave now. We zijn op tijd voor de film als we nu vertrekken.

45.14 It takes time to learn a language, but every time you practise, it gets easier. Het kost tijd om een taal te leren, maar elke keer dat je oefent, wordt het makkelijker.

45.15 At the time, nobody knew how much time we had left. Op dat moment wist niemand hoeveel tijd we nog hadden.

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Deel C (Alleen Engelse Tekst)

45.1 Time flies.

45.2 What time is it?

45.3 Not this time.

45.4 Do you have time?

45.5 Time will tell.

45.6 It's time to go home.

45.7 The train arrived on time.

45.8 We had a good time at the party.

45.9 How much time do you need?

45.10 I've been waiting for a long time.

45.11 The last time I saw him, he was ill.

45.12 Time is the one thing we cannot get back.

45.13 We will be in time for the film if we leave now.

45.14 It takes time to learn a language, but every time you practise, it gets easier.

45.15 At the time, nobody knew how much time we had left.

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Deel D (Grammaticale Uitleg)

Dit zijn de regels voor "time" in het Engels:

1. Time = tijd (duur) is ontelbaar. Het heeft geen meervoud en geen "a": "Time flies" (45.1), "Do you have time?" (45.4), "How much time do you need?" (45.9). Zeg "a lot of time" of "much time" (in vragen en ontkenningen), niet "many times". Vraag je naar de hoeveelheid, dan is het "How much time…?" (hoeveel tijd); vraag je naar het aantal keren, dan is het "How many times…?" (hoe vaak, hoeveel keer). Niet: "I don't have a time" en niet "I have not many time".

2. Time = keer is telbaar. "This time" (45.3), "the last time" (45.11), "every time" (45.14): een gelegenheid. Het meervoud is "times": "three times", "several times", "many times". Voor één en twee keer gebruikt het Engels meestal "once" en "twice", niet "one time" en "two times". Ook bij rekenen: "Three times four is twelve" = drie keer vier is twaalf. Let op "at a time" = per keer, tegelijk (45.19 in het genre-deel): "ten books at a time".

3. Het uur van de dag: "What time is it?" (45.2) = Hoe laat is het? Het Engels vraagt "what time" (welke tijd), niet "how late". Zo ook: "What time does the film start?" (Hoe laat begint de film?). Niet: "How late is it?" Die zin is geen vraag naar de klok; hooguit vraagt hij hoe laat in de nacht of hoe te laat het is. Zie ook les 43, Deel E.

4. Vaste werkwoorden bij "time". Het Engels combineert "time" met andere werkwoorden dan het Nederlands: - have time = tijd hebben: "Do you have time?" (45.4). Brits ook: "Have you got time?" - take time = tijd kosten, duren: "It takes time to learn a language" (45.14). "It takes two hours" = Het duurt twee uur. Ook: "Take your time" = Neem de tijd, haast je niet. - spend time = tijd doorbrengen (45.23 in het genre-deel), "waste time" = tijd verspillen, "save time" = tijd besparen. - need time = tijd nodig hebben (45.9): "How much time do you need?"

5. "It's time to…" (45.6). "It's time" wordt gevolgd door "to" + werkwoord: "It's time to go home" = Het is tijd om naar huis te gaan. Het Nederlandse "om … te" heeft in het Engels alleen "to". Is er een zelfstandig naamwoord, dan "for": "It's time for lunch" (Het is tijd voor de lunch). Niet: "It's time for go home".

6. "On time" en "in time" (45.7 en 45.13). Het Nederlands zegt in beide gevallen "op tijd", het Engels maakt een verschil: - on time = precies op het afgesproken uur, punctueel: "The train arrived on time" (45.7). Het tegenovergestelde is "late". - in time = op tijd om iets te halen, vóór iets begint, soms nog net: "We will be in time for the film" (45.13). Vaak met "for" of "to": "in time to catch the train". Het tegenovergestelde is "too late". - "Just in time" = net op tijd. In 45.13 staat na "if" de present simple (we leave), niet "will leave": zie les 44.

7. "A good time". "We had a good time at the party" (45.8) = We hebben ons vermaakt. Hier is "time" telbaar: "a good time", "a great time", "a lovely time". De groet is "Have a good time!" = Veel plezier! Het Nederlands heeft hier geen vast woord voor "time". Pas op: "a bad time" is een moeilijke periode.

8. Lange duur: "for a long time" (45.10). Gaat de handeling nog door, dan gebruikt het Engels de present perfect continuous: "I've been waiting for a long time". Het Nederlands zegt: Ik wacht al een hele tijd (tegenwoordige tijd + al). Niet: "I wait for a long time" en niet "I wait already a long time". Zie de Veelgemaakte fouten.

9. "At the time" en "at that time" (45.15) = destijds, op dat moment: "At the time, nobody knew…". Het Nederlandse "in die tijd" is in het Engels niet "in that time", maar "at that time" (op dat moment) of "in those days" (in die dagen, in die periode).

10. Weglating van "that" (45.11): "The last time I saw him" = De laatste keer dat ik hem zag. Na "time" kan het Engels het betrekkelijk voornaamwoord "that" weglaten, en meestal doet het dat ook. Het Nederlands heeft altijd "dat" nodig. In Deel A staat daarom bij 45.11 geen Nederlands woord voor "dat".

11. "Tense" en "time". Het Nederlandse "tijd" heeft ook de grammaticale betekenis "werkwoordstijd". Het Engels gebruikt daarvoor het woord "tense", niet "time": de verleden tijd = the past tense (niet "the past time"). "Time" is alleen de echte tijd.

12. Vaste combinaties met "time" in dit deel: "time flies" (45.1), "time will tell" (45.5, de tijd zal het leren), "to take one's time" (haast je niet), "every time" (elke keer, 45.14), "the last time" (45.11), "at the time" (45.15).

Het teken [vraag] in Deel A geeft het Engelse hulpwerkwoord "do/does" aan, dat in het Nederlands geen eigen woord heeft; [toekomst] geeft "will" aan (in 45.13); [–] betekent: geen eigen Nederlands woord. Een koppelteken in het Nederlands (zoals "hebt-nodig", "kunnen-niet", "te-leren") betekent: de Nederlandse vertaling bestaat uit meer dan één woord of is gesplitst.

Veelgemaakte fouten:

- "How late is it?" Juist: What time is it? - "I have many time." / "I don't have a time." Juist: I have a lot of time. / I don't have time. - "I wait here for two hours." (Ik wacht hier al twee uur.) Juist: I've been waiting here for two hours. - "It's time for go home." Juist: It's time to go home. - "Two time" of "three time". Juist: two times, three times (of: twice). - "The train was in time." (als bedoeld is dat hij punctueel was) Juist: The train was on time. - "The past time of 'go' is 'went'." Juist: The past tense of "go" is "went". - "In that time I lived in Delft." Juist: At that time I lived in Delft. / In those days I lived in Delft. - "How many time do you need?" Juist: How much time do you need?

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Deel E (Culturele Notitie)

"Time" staat in de frequentielijst waarmee deze cursus werkt op plaats 45, en het zit in ontelbaar veel uitdrukkingen.

"Time is money." Benjamin Franklin schreef in "Advice to a Young Tradesman" (1748): "Remember that Time is Money." De zin stond al in 1719 in de krant The Free-Thinker, maar door Franklin werd hij beroemd. Het Nederlands heeft dezelfde spreuk: Tijd is geld.

Kloktijd. Een Engelstalige zegt de tijd anders dan een Nederlander. - De tijd wordt vaak met "a.m." (voor de middag) en "p.m." (na de middag) gegeven: "7 p.m." is 19.00 uur. Het Nederlands gebruikt vaker de 24-urenklok: 19.00 uur. Alleen hele uren krijgen "o'clock": "It's seven o'clock", niet "It's seven twenty o'clock". - "Quarter past nine" = kwart over negen; "quarter to ten" = kwart voor tien. Dat komt overeen met het Nederlands. - Voor de minuten rond het half uur verschillen de talen. Het Nederlands kent "tien voor half tien" (9.20); het Engels zegt gewoon "twenty past nine". Zo ook 9.40: het Nederlands zegt "tien over half tien", het Engels "twenty to ten". Voor "half" zie les 43: "half past nine" = half tien.

Tijdzones. Nederland ligt in de Midden-Europese tijd (CET, in de zomer CEST). Het Verenigd Koninkrijk gebruikt Greenwich Mean Time (GMT, in de zomer British Summer Time). Het verschil is steeds één uur: als het in Amsterdam 14.00 uur is, is het in Londen 13.00 uur.

Schema's. Het woord "timetable" is Brits Engels voor een dienstregeling of een lesrooster; Amerikanen zeggen meestal "schedule". "Opening times" (openingstijden) is Brits; Amerikaans is "opening hours" of "hours". Het Nederlandse "openingstijden" lijkt dus sterk op het Britse "opening times".

Uitdrukkingen met "time":

- Once upon a time… — Er was eens… (de klassieke opening van een sprookje) - Time flies when you're having fun. — De tijd vliegt als je plezier hebt. - Only time will tell. — Alleen de tijd zal het leren. - Time's up! — De tijd is om! - in no time — in een mum van tijd - from time to time — van tijd tot tijd, af en toe - time off — vrije tijd, verlof - free time / spare time — vrije tijd - (It's) about time! — Het werd tijd! - Take your time. — Neem de tijd, haast je niet.

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Deel F (Literair Citaat)

William Shakespeare, Richard II, bedrijf V, scène 5, regels 49–50 (de gebruikelijke regeltelling). Richard zit gevangen in Pontefract Castle en spreekt alleen. Engelse tekst naar de Folger Shakespeare Library (moderne spelling). De Nederlandse vertaling hieronder is een letterlijke werkvertaling van het Latinum Institute, bedoeld om de zinsbouw te volgen, geen gepubliceerde literaire vertaling.

Deel F-A (Gedetailleerde Interlineaire Tekst)

"I ik wasted verspilde time tijd, and en now nu doth [–] time tijd waste verspilt me mij; / For want now nu hath heeft time tijd made gemaakt me mij his tot-zijn numb'ring tellende clock klok." - William Shakespeare, Richard II

Deel F-B (Volledige Vertaling)

"I wasted time, and now doth time waste me; / For now hath time made me his numb'ring clock."

Werkvertaling: "Ik verspilde de tijd, en nu verspilt de tijd mij; want nu heeft de tijd mij tot zijn tellende klok gemaakt."

Deel F-C (Literaire Analyse)

Richard II is koning geweest en zit nu in een cel. Hij zoekt een manier om zijn gevangenis te begrijpen, en hij vindt hem in de tijd. De regel speelt met twee dingen. Ten eerste herhaalt hij het woord "time" twee keer en draait de rollen om: eerst verspilt Richard de tijd, nu verspilt de tijd Richard. Ten tweede wordt de tijd een klok, en Richard zelf het uurwerk. In de regels erna zijn zijn gedachten minuten, tikken zijn zuchten de uren door naar zijn ogen, die de wijzerplaat zijn, en is zijn vinger, die de tranen wegveegt, de wijzer.

Een paar regels eerder hoort Richard muziek waarin de maat niet gehouden wordt. Hij zegt: "Ha, ha, keep time! How sour sweet music is / When time is broke and no proportion kept." Hier betekent "time" iets anders: de maat van de muziek, het tempo. Richard heeft het over de muziek buiten zijn cel, maar hij bedoelt zijn eigen leven, en hij zegt het met hetzelfde woord. Het Engels kan met één woord "tijd" en "maat" tegelijk zeggen; het Nederlands moet kiezen. Dat is precies de moeilijkheid van dit woord voor een Nederlandstalige.

Deel F-D (Grammaticale Aantekeningen)

- "I wasted time": de verleden tijd van "waste", zonder lidwoord. "Time" is hier ontelbaar (regel 1 in Deel D), net als in "I don't have time". Het Nederlands zou het lidwoord gebruiken: Ik verspilde de tijd. - "doth" en "hath" zijn oude vormen van "does" en "has" (derde persoon enkelvoud). In modern Engels zeg je: "now time wastes me" en "now time has made me". - "now doth time waste me": vooraan staat "now", en dan volgt inversie: hulpwerkwoord + onderwerp. Dat is oud of dichterlijk Engels. Modern: "and now time wastes me". Het Nederlands doet dit nog gewoon: en nu verspilt de tijd mij. - "made me his numb'ring clock": "make … something" = iemand tot iets maken. "Numb'ring" is een samentrekking van "numbering" (tellend): de klok die de tijd telt. - "his" verwijst naar "time". In het Engels is de tijd hier een persoon; vandaag zou men "its" zeggen. Het Nederlands kan hetzelfde doen: de tijd … zijn klok. - "keep time" (de regel hierboven) = de maat houden. In dit gebruik is "time" de maat, het tempo, zoals ook in "in time with the music" (op de maat van de muziek).

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Genre Deel: Informatie — Een folder van de Harbour Library

De Harbour Library is een verzonnen bibliotheek in een Engelse havenstad. De folder ligt bij de balie en vertelt bezoekers wat ze moeten weten.

Deel A (Gedetailleerde Nederlands-Engelse Interlineaire Tekst)

45.16 Welcome welkom to bij Harbour Harbour Library Library! Please even read lees our onze opening openings- times tijden

45.17 The de library bibliotheek is is busiest het-drukst at rond lunchtime lunchtijd, so dus come kom at op a een quieter rustiger time tijdstip if als you je can kunt

45.18 If als it het is is your je first eerste time keer here hier, ask vraag at bij the de front [–] desk balie

45.19 You je can mag borrow lenen ten tien books boeken at per a [–] time keer

45.20 Please alsjeblieft bring breng your je books boeken back terug on op time tijd

45.21 If als you je need hebt-nodig more meer time tijd, you je can kunt renew verlengen them ze online online

45.22 The de reading lees- room zaal is is quiet stil at te all allen times tijde

45.23 Many veel people mensen spend brengen-door a [–] lot veel of [–] time tijd here hier, so dus please alsjeblieft speak praat quietly zachtjes

45.24 The de computers computers are zijn free gratis, but maar there er is is a een time tijd- limit limiet of van one een hour uur

45.25 Every elke Saturday zaterdag at op the hetzelfde same [–] time tijdstip, we we read lezen-voor stories verhalen to [–] the de children kinderen

45.26 Story voorlees- time uurtje is is at om half half past [–] ten elf and en takes duurt about ongeveer forty veertig minutes minuten

45.27 From van time tijd to tot time tijd, a een writer schrijver visits komt-langs and en reads voorleest from uit a een new nieuw book boek

45.28 Next volgende time keer, bring neem-mee a een friend vriend

45.29 For [–] the [–] time voorlopig being [–], the de second tweede floor verdieping is is closed gesloten

45.30 We we hope hopen you je have hebt a een good fijne time tijd with bij us ons

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Deel B (Volledige Engelse Zinnen met Nederlandse Vertaling)

45.16 Welcome to Harbour Library! Please read our opening times. Welkom bij Harbour Library! Lees even onze openingstijden.

45.17 The library is busiest at lunchtime, so come at a quieter time if you can. De bibliotheek is rond lunchtijd het drukst, dus kom op een rustiger tijdstip als je kunt.

45.18 If it is your first time here, ask at the front desk. Als het je eerste keer hier is, vraag dan bij de balie.

45.19 You can borrow ten books at a time. Je mag tien boeken per keer lenen.

45.20 Please bring your books back on time. Breng je boeken alsjeblieft op tijd terug.

45.21 If you need more time, you can renew them online. Als je meer tijd nodig hebt, kun je ze online verlengen.

45.22 The reading room is quiet at all times. De leeszaal is te allen tijde stil.

45.23 Many people spend a lot of time here, so please speak quietly. Veel mensen brengen hier veel tijd door, dus praat alsjeblieft zachtjes.

45.24 The computers are free, but there is a time limit of one hour. De computers zijn gratis, maar er is een tijdslimiet van een uur.

45.25 Every Saturday at the same time, we read stories to the children. Elke zaterdag op hetzelfde tijdstip lezen we de kinderen verhalen voor.

45.26 Story time is at half past ten and takes about forty minutes. Het voorleesuurtje is om half elf en duurt ongeveer veertig minuten.

45.27 From time to time, a writer visits and reads from a new book. Van tijd tot tijd komt er een schrijver langs die uit een nieuw boek voorleest.

45.28 Next time, bring a friend! Neem de volgende keer een vriend mee!

45.29 For the time being, the second floor is closed. Voorlopig is de tweede verdieping gesloten.

45.30 We hope you have a good time with us. We hopen dat je een fijne tijd bij ons hebt.

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Deel C (Alleen Engelse Tekst)

45.16 Welcome to Harbour Library! Please read our opening times.

45.17 The library is busiest at lunchtime, so come at a quieter time if you can.

45.18 If it is your first time here, ask at the front desk.

45.19 You can borrow ten books at a time.

45.20 Please bring your books back on time.

45.21 If you need more time, you can renew them online.

45.22 The reading room is quiet at all times.

45.23 Many people spend a lot of time here, so please speak quietly.

45.24 The computers are free, but there is a time limit of one hour.

45.25 Every Saturday at the same time, we read stories to the children.

45.26 Story time is at half past ten and takes about forty minutes.

45.27 From time to time, a writer visits and reads from a new book.

45.28 Next time, bring a friend!

45.29 For the time being, the second floor is closed.

45.30 We hope you have a good time with us.

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Deel D (Grammaticale Uitleg bij de Informatie)

Een folder geeft informatie en instructies, en gebruikt "time" in bijna al zijn betekenissen:

- Time = tijdstip, moment: "a quieter time" (45.17). Het Nederlands zegt hier "tijdstip" of "moment". Het Engels gebruikt "time". Ook "the same time" (45.25) = hetzelfde tijdstip. - Time = keer: "your first time here" (45.18), "next time" (45.28), "at a time" (45.19). Het Engels heeft niet "per time" of "by time": "ten books at a time" = tien boeken per keer, tegelijk. - Time = duur, ontelbaar: "more time" (45.21), "a lot of time" (45.23), "a time limit" (45.24). "A time limit" is wel telbaar (een limiet), maar "time" blijft daar ontelbaar. - "On time" = punctueel: "bring your books back on time" (45.20): op de dag die op het boek staat. - Samenstellingen: "lunchtime" (45.17), "opening times" (45.16), "story time" (45.26). Het Engels maakt van "time" graag samenstellingen: "bedtime", "dinnertime", "playtime", "springtime". Het Nederlands heeft soms hetzelfde woord ("lunchtijd", "bedtijd"), soms een heel ander: "story time" = voorleesuurtje, "playtime" = speeltijd, speelkwartier. - Vaste uitdrukkingen: "at all times" (45.22) = te allen tijde, altijd. Let op het verschil met "all the time" = voortdurend, de hele tijd: "He is on his phone all the time." "From time to time" (45.27) = van tijd tot tijd, af en toe. "For the time being" (45.29) = voorlopig. - Werkwoorden: "spend time" (45.23) = tijd doorbrengen; "need time" (45.21); "takes forty minutes" (45.26) = duurt veertig minuten. - "Every Saturday at the same time" (45.25): het Engels zegt "at the same time" voor "op hetzelfde tijdstip" en voor "tegelijkertijd". - "Story time is at half past ten" (45.26): half past ten = half elf (zie les 43). Het Nederlands telt naar het volgende uur, het Engels vanaf het vorige. - "We hope you have a good time" (45.30): de gewone wens, met "have a good time" zoals in regel 7 van Deel D. Na "hope" staat vaak de present simple. - "Can" in 45.19 (You can borrow) betekent "mag", niet "kan": het is een toestemming. Het Nederlands "kunnen" en "mogen" zijn in het Engels beide "can" (of formeler "may"). - Tweede verdieping (45.29): in het Brits Engels telt "the ground floor" als begane grond, "the first floor" is de eerste verdieping. Dus "the second floor" is de tweede verdieping, zoals in het Nederlands. In Amerikaans Engels is "the first floor" de begane grond.

Brits Engels in deze folder: "Harbour" (Amerikaans: Harbor) en "opening times" (Amerikaans: hours).

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

Uitspraak- en Spellingnotities

- "time" /taɪm/: open a-klank gevolgd door een korte i, niet het Nederlandse [ɛi] van "tijd". Niet [tɛim] ("tijm"). - De t is aangeblazen: [tʰ]. De m is gesloten en krijgt geen klinker erachter. - "time" en "thyme" klinken hetzelfde. "Time" rijmt op "rhyme" en "climb". Oefen: "Time flies" (45.1), "Next time, bring a friend" (45.28). - "times" /taɪmz/: de s klinkt als een z. "Timing" /ˈtaɪmɪŋ/. - In samenstellingen blijft /aɪ/: "lunchtime" /ˈlʌntʃtaɪm/, "bedtime" /ˈbedtaɪm/, "timetable" /ˈtaɪmteɪbəl/. In "timetable" draagt "time" de klemtoon; in "lunchtime" en "bedtime" staat de klemtoon op het eerste deel, maar "time" houdt zijn /aɪ/. - Spelling: altijd t-i-m-e, met een stomme e. De e maakt de i lang: vergelijk "time" met "Tim". Niet "tiem", niet "taim", niet "tijme". - Samenstellingen worden vaak aan elkaar geschreven ("lunchtime", "bedtime", "timetable", "meantime"), maar ook los: "time limit" (45.24), "time zone". Raadpleeg een woordenboek. - "o'clock" heeft een apostrof: "seven o'clock". Alleen voor hele uren. - "a.m." en "p.m." kunnen met of zonder punten, in kleine of hoofdletters: "7 p.m.", "7pm", "7 PM".

✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾ ✾ ❦ ✾ ❦ ✾

---

Course Index: [latinum.substack.com/p/index](https://latinum.substack.com/p/index)

← Lesson 44 ↩ Course Index